INTERVIEW MET MONICA OVERDIJK, KunstenaarMagazine, nr. 148, 2021 | tekst: Laura de Bar
‘Monica komt met een tal aan tegengestelden wanneer ik haar vraag haar eigen werk te omschrijven: kleurrijk, indringend, ongemakkelijk, krachtig, teder. Ze vertelt me dat de mensen die ze uitkiest om te portretteren allemaal iets in zich hebben waardoor zij voelt dat ze dichter bij hen mag komen; iets kwetsbaars. Het proces voorafgaand aan het vragen of Monica iemand mag portretteren is nauwkeurig, hier denkt Monica lang over na. Zo iemand moet Monica triggeren, aantrekken, zelfs beangstigen. Mensen moeten transparant blijven en een verdere grens hebben waarbij Monica het gevoel heeft dat ze een stapje naar voren kan doen.’
OP BEZOEK BIJ MONICA OVERDIJK, 2022 | tekst: Hanne Hagenaars
‘Ze maakte een tekening van haar ouders, een prachtige maar wel een “gewone” tekening, een “vaste” zoals ze het zelf noemt. Nu maakt ze haar tekeningen zo transparant mogelijk. Liever geen definitieve vorm en door het plaatsen van eindeloos veel stippen zien personages er zacht en doorzichtig uit. Een portret van oom Piet waarop het verdriet over zijn overleden dochter te zien is. Heel aandoenlijk op sloffen en in zichzelf gekeerd. Dat is ook het moment dat Monica steeds zoekt, als de man of vrouw haar aanwezigheid niet meer ervaart. Ze wil graag door hun emoties heen kijken, een connectie voelen, op het meest intense niveau. En dat zie je in haar tekeningen terug, ze zijn intens (…).’
WAS GETEKEND…, 2024 | tekst: Sandra Mackus
‘Tussen de vaak fel gekleurde portretten in de trappenhal van Marres, valt het lichte portret van een man op. Kunstenaar Monica Overdijk heeft haar oom Piet – tevens de titel van het werk – ten voeten uit geportretteerd. Vol concentratie en aandacht heeft ze haar tekening minutieus opgebouwd met kleurpotlood. Niets wordt geflatteerd, in tegendeel zelfs. De man lijkt ons ietwat ongemakkelijk aan te kijken en weet zich niet goed een houding te geven. Het portret roept daardoor kwetsbaarheid op, wat niet alleen door zijn houding wordt veroorzaakt, maar ook door het zachte kleurgebruik, en de plaatsing in het midden van een groot vel wit blad. De “leegte” rondom de man zorgt ervoor dat hij gevoelsmatig kleiner lijkt en op een afstandje wordt gezet. Ook de afwezigheid van iedere context roept afstand op tussen ons en de geportretteerde. Je voelt je als beschouwer voyeur. De ongelijkheid tussen kijker en geportretteerde – die niet terug kan kijken – wringt. De man lijkt duidelijk niet gewend om in de aandacht te staan, maar wordt met dit portret als het ware voor de leeuwen gegooid.’